Te weinig bewegen: vroegtijdig overlijden?

Te weinig bewegen: vroegtijdig overlijden?

Twijfel je nog steeds of je wel echt moet gaan beginnen met sporten dit nieuwe jaar? Ik beloof je, na het lezen van dit nieuwsbericht twijfel je geen seconde meer. Dan trek je vrijwillig je hardloopschoenen aan en ga je zelfs een rondje om in de regen. Want onderzoek van de Universiteit van Cambridge heeft namelijk aangetoond dat te weinig bewegen mogelijk zorgt voor twee keer zo veel vroegtijdige sterfgevallen als obesitas…

Overgewicht

Overgewicht en inactiviteit gaan vaak hand in hand. Toch is ook bekend dat slanke mensen een groter risico lopen op gezondheidsproblemen als ze te weinig bewegen. Andersom zijn obese mensen die regelmatig bewegen meestal gezonder dan mensen die net zo veel wegen maar niet erg actief zijn. In deze studie is onderzocht wat de gevaren zijn van obesitas en inactiviteit. De onderzoekers volgden 12 jaar lang 334.161 Europeanen. Hun gewicht, lengte en middelomtrek werden bijgehouden. Daarnaast gaven de deelnemers door hoeveel ze bewogen. Elk sterfgeval werd geregistreerd, aldus het nieuwsbericht op Gezondheidsnet.

Niet bewegen: vroegtijdig overlijden?

“Deelnemers die in de categorie ‘inactief’ vielen, bleken het grootste risico te hebben op vroegtijdige overlijden. Dat gold zowel voor degenen met een gezond gewicht, als voor degenen met overgewicht en obesitas”, aldus Ulf Ekelund. Inactiviteit en obesitas bleken grotendeels dezelfde ziekten te veroorzaken, zoals hart- en vaatziekten. Diabetes type 2 kwam wel vaker voor bij mensen met obesitas. Volgens de onderzoekers waren jaarlijks ongeveer 676.000 vroegtijdige sterfgevallen toe te schrijven aan inactiviteit, vergeleken met 337.00 vroegtijdige sterfgevallen die te maken hadden met een te hoog gewicht.

Wandelen

Fanatiek sporten hoeft niet eens, volgens Ekelund kan een dagelijkse wandeling al verschil maken. “Twintig minuten lichamelijke activiteit, vergelijkbaar met stevig wandelen, zou voor de meesten mensen in te passen moeten zijn op weg naar hun werk, tijdens de lunchpauze of ’s avonds in plaats van televisie kijken”, geeft de professor als advies.

De resultaten van het onderzoek zijn verschenen in het American Journal of Clinical Nutrition.

Share This